zondag 7 augustus 2016

Just another day in the Ría

Na een bloedhete (tegen de 40 graden) dag zitten we even na te genieten in de kuip. De maan is net onder, en het waait hard, met uitschieters naar 25 knopen (windkracht 5-6). Niet voor het eerst, in de Spaanse Ría’s kan het flink waaien. In de verte zien we op twee plaatsen groots vuurwerk. We zijn vandaag niet van de boot af geweest. Het was zo heet, dat het strand geen aantrekkelijke optie was, want geen schaduw. Lekker plonzen vanaf de boot was een beter plan. Na onze laatste plons – Julian bungelde nog aan het zwemtrapje – zagen we ineens twee dolfijnen, op zo’n twintig meter van de boot! Wow! Ze bleven nog een tijdje buurten, met een vriendje dat verderop zijn kunsten showde. Wat een fijne afsluiter van deze heerlijke dag! 



Vanmorgen vertrokken we vanuit een baai bij het plaatsje Muros richting Ría de Arousa. Michel had de weerinformatie erop nageslagen, en het leek perfect voor een tochtje op de gennaker, een extra groot voorzeil bedoeld voor licht weer zeilen met de wind van achteren. Hij is voor geen gat te vangen, dus ondanks dat er al best wat wind stond, werd de slurf met het zeil alvast gehesen, en mopperde Michel wat toen ik eerst Jasper nog even wilde insmeren voordat ik hem hielp om het zeil te zetten. Toen we dat voor elkaar hadden gingen we als de brandweer, ruim 8 knopen. Het woei behoorlijk in de Ría. Ik vertrouwde het niet, en de schipper was het gelukkig met mij eens. De wind blijkt hier enorm onvoorspelbaar en kan vanuit het niets ineens oplaaien van bijna niets naar 20 knopen of meer. De gennaker ging terug in de slurf, en we rolden het grootzeil een stukje in. Niks geen rustig gennakerweer! Tot we de Ría uit waren en op de oceaan voeren. De wind was terug naar bescheiden proporties en de koers ruime wind. Maar helaas, de gennaker was opgeborgen dus met de gewone zeilen verder varen. Tot de wind weer helemaal op was. Motor aan en verder richting Ría de Arousa. Een spannend tochtje, want er liggen veel rotsen in zee, soms net onder het wateroppervlak. Gelukkig geven onze digitale kaarten goed aan waar ze liggen en zijn we veilig en wel op onze nieuwe ankerplek aangekomen. Ik vond het niet heel erg dat het vrijwel windstil was en er nauwelijks golven waren. In het pré-gps tijdperk werden de Ría's door vertrekkers gemeden vanwege de vele rotsen. Begrijpelijk, en fijn dat wij hier dankzij de techniek nu redelijk soepeltjes doorheen varen!






We zijn nu iets meer dan een week in Spanje, en eigenlijk zijn we heerlijk vakantie aan het vieren. Biskaje lijkt alweer een eeuwigheid geleden. We beginnen ons langzaam aan echte cruisers te voelen. We ontfutselen wificodes van havens en restaurants, kopen voor een habbekrats verse vis en mosselen, en spenderen rustig 1 a 2 uur aan het schoonmaken van die laatste. We douchen met de ‘campingdouche’ (zwarte zak die warm water geeft door hem in de zon te leggen) en de dekdouche. Langzaam (want we smeren goed) kleuren we steeds een tintje bruiner. We blijven ons verbazen over de vele gedaantes en kleuren die de zee kan hebben.


Over de stad A Coruña lazen we al vaker dat medevertrekkers hier best zouden kunnen wonen. We begrijpen dat! Heerlijk relaxte sfeer, mooi oud centrum. Ook de oudste nog werkende vuurtoren staat hier, bij een fort dat tegenwoordig dienst doet als archeologisch museum. We mochten gratis naar binnen (waarom weten we niet precies…), en de jongens vonden het prachtig. Zwaarden, pistolen, een skelet, kruipdoorsluipdoor gangetjes, wat wil je nog meer? Samen met de crew van de Agaath, met wie we in Nederland al contact hadden, aten we tapas op een voor Spanjaarden onmogelijk tijdstip (eind van de middag). De afgelopen week hebben we met hen opgevaren.










Na een paar dagen was het tijd om onze tocht naar het zuiden voort te zetten. De Spaanse Atlantische kust kenmerkt zich door een vijftal Ría’s: diepe zeeinhammen met een prachtig en ruig landschap, fantastisch vaar- en ankergebied. Camariñas, onze eerste stop, deed ons meer Noors dan Spaans aan. Intussen zijn we in de derde Ría, en verbazen we ons over de verscheidenheid van de natuur over zo’n kleine afstand. Overal waar we komen is het toch echt net weer anders. Wel komen we overal heerlijke zandstranden tegen. Er wordt wat afgebouwd en gegraven!

En omdat beelden meer zeggen dan 1000 woorden:
















maandag 1 augustus 2016

Een week mee op de Tsuru - Belevenissen van een opstapper

Door Esther


Van ‘Wat gaaf!’ tot ‘Je bent hartstikke gek!’, dat waren zo’n beetje de reacties op mijn plannen om de Golf van Biskaje over te steken met Marije, Michel en de jongens. Ik nam drie zeillessen (om te weten wat je moet doen in het allerergste geval: wanneer er twee ouders overboord liggen de boot niet laten zinken; de Man aan wie ik de Beste Jaren van mijn Leven Vergooi schreef er een eigenzinnig stukje over in het Dagblad van het Noorden). Vorige week maandag stapte ik op in het Engelse Falmouth, morgen vertrek ik uit het Spaanse Camariñas. Terug naar het gewone Nederland. Van Marije mag ik niet té enthousiast zijn, want ze wil niet elke week opstappers. Dus ik beperk me tot zeven hoogtepunten van de afgelopen dagen:

1. Walvissen

De oceaan was glad als een spiegel, we zeilden zonder motor en ineens was hij er: de walvis, vlak naast ons. Michel hoorde hem nog eerder dan dat we hem zagen. Een zucht, een grijze vin uit het water en daarna een lijf dat langzaam, volkomen beheerst, door het water gleed. We hadden al watergespuit gespot in de verte, maar dit was anders. Een lijf groter dan de boot, adembenemend, spannend, en zo dichtbij.

2. Dolfijnen

Uren heb ik zitten speuren over het water. Tijdenlang zie je niets, en plots is er een flikkering, een snelle beweging in het water. Een dolfijn. En dan zie je er meer: een sprong, nog één, verderop weer één, en nog één. Elke dag kwamen er wel een paar buurten bij de boot. De eerste avond dat we uit Engeland vertrokken, terwijl de nacht langzaam viel, zwommen ze voor de boeg met ons mee. De dagen erna waren er steeds kleine groepjes, even dagzeggen, en dan weer door. Tot de grote dolfijnenshow kwam: tientallen dolfijnen die ultiem plezier uitstraalden: salto’s, dubbele Rietbergers, metershoge sprongen. Een feestje.


3. Alleen op de wereld

Nadat ik wat zeebenen had gekweekt (de eerste nacht en dag op de oceaan waren nogal woest, met voortdurend kurkentrekkers van golven: alsof je 24 uur non stop in de Python zit, dat vond zelfs mijn maag toch te veel Efteling), splitsten we de nacht in drieën, en draaide ik de eerste wacht. Terwijl de rest van de boot slaapt en de avond valt, uitkijken over de eindeloze oceaan en je realiseren dat je de enig wakkere mens bent in een straal van vijftig kilometer. Een onbeschrijfelijk aangenaam gevoel van alleen zijn vond ik dat.


4. Tijd verdwijnt

Flow, flow, flow, de zee klotst voort in eindeloze deining. Geen bereik op je telefoon, geen internet, geen horloge: tijd krijgt tijdens zo’n oversteek een geheel nieuwe dimensie. Uren van de dag, dagen van de week, dat besef verdwijnt in al die uren met alleen maar golven, golven, golven. Het ritme van de klok verandert in een ritme van eten, slapen, waken. Een heerlijke tijdloosheid die je zo alles in de wereld laat vergeten. Tot je weer in een haven bent met beroerde wifi.

5. Vijftig tinten blauw

De zee, de golven, de lucht, wat een onnoemelijke hoeveelheid kleuren. Bijna zwart, diepgrijs, neigend naar groen, het felblauw van een Hollandse winterdag, de kleur van mijn favoriete trui. Voor je het weet heb je er uren naar zitten staren. En dan is het tijd voor een slaapje. 

6. Hemelse slaap

Een smalle bank in de kajuit als bed, het luidruchtige geronk van de motor, Julian die in alle vroegte begint te legoën (of diep in de nacht), Marije die nét weer tot leven komt als jij eigenlijk naar bed wilt, het maakt allemaal niets uit, ik heb nog nooit zo lekker geslapen als de afgelopen week. Diep en dromeloos. Ik ga een bed uitvinden dat een boot op zee nadoet.

7. Spelen

In mijn worst case scenario had ik rekening gehouden met een vlucht terug naar Groningen op de dag dat we land in zicht zagen. Het had gekund: vier dagen groen zien en als kinderloze gek worden van het voortdurend in dezelfde kleine ruimte verkeren als twee kleine koters. Zo was het gelukkig niet. Soms wilde ik Jasper en Julian heus in het bijbootje achter de boot hangen, maar eigenlijk gedragen ze zich voorbeeldig voor kinderen die zo lang achtereen in een kleine ruimte vastzitten. En er staat zoveel zorgeloosheid tegenover. Lego, tikkertje, verhalen verzinnen, ijsjes eten, naar de speeltuin, zandkastelen bouwen, van een zoutwaterglijbaan. Eigenlijk wil ik nog helemaal niet naar huis. 


maandag 25 juli 2016

Nieuwe ervaringen

Vandaag was een leerzame dag! We hebben ons bekwaamd in:
  • Het schoonmaken en fileren van makreel (vis smaakt lekkerder als iemand anders dat voor je doet...) (Marije)
  • Een fotoverslag maken van het schoonmaken van makreel (Jasper)






  • Het bouwen van technisch lego (Julian)
  • Het vervangen van het oliefilter. (Michel)
  • Het repareren van de lekkende slang van de wc (schoon water hoor, maar toch irritant dat de vloer elke keer nat was) (Michel)
  • Het starten van de buitenboordmotor en het varen in Storm (Marije, Michel kon het natuurlijk al lang)
Daarnaast twee waterdieren voor het afstreeplijstje:
  • Een rog (gespot door Julian) 
  • Een zeehond (gespot door Marije, daarna tot een paar meter genaderd met Storm, waar we met z'n allen in zaten)
Kortom, we hadden het er maar druk mee. Gelukkig hadden we ook nog even tijd om van ons uitzicht te genieten, en dat delen we graag:






zondag 24 juli 2016

Van Eastbourne naar Falmouth

En hoog tijd om ‘waar zijn wij nu’ weer eens te updaten. We hebben een week met veel zeemijlen achter de rug, en prachtige plekjes waar we (vrijwel)  geen internet hadden. Weinig mogelijkheden om het blog te updaten dus. Na Eastbourne volgde Brighton, waar we met het antieke treintje naar de pier reden. Mén wat een drukte! Ik was blij dat we gelijk de volgende dag weer verder zouden gaan, maar helaas, de wind gooide roet in het eten. We besloten dus een uitstapje te maken Brighton uit en gingen met de bus naar de Seven Sisters. Ook toeristisch en druk, maar met veel meer ruimte, en prachtig!

Beachy Head
Vissen op de steiger in Brighton
Zelfs op de Brighton Pier kun je nog een plekje vinden waar het rustig lijkt.
Met het antieke treintje terug naar de marina.

Seven Sisters

De loopfietsen vergroten onze actieradius enorm!

In de bus terug naar Brighton.
De volgende dag vertrokken we dan wel uit Brighton voor een lange ruk naar het westen. In ruim 26 uur voeren we naar Salcombe. Konden we gelijk even oefenen met het wachtlopen ’s nachts. Tot een uur of 1 ’s nachts was het vrijwel windstil, dat leverde bijzondere plaatjes op. En de mogelijkheid voor de jongens om eens tijdens het varen voor op het dek te komen. Normaal is dat verboden terrein. Later in de nacht begon het wat meer te waaien, recht van achteren. Dat is niet fijn varen, we schommelden van links naar rechts, en echt fatsoenlijk zeilen was er niet bij. Het laatste stuk kon de motor gelukkig nog een paar uur uit totdat we bij Salcombe de rivier opvoeren.
Bijzondere plaatjes van een superkalme zee.



Woei! Voor op het dek!


Joehoeee!

De rivier op richting Salcombe
Het was heerlijk weer. We legden aan aan een drijvende steiger en het bijbootje werd opgepompt. Het eerste tripje was succesvol: het motortje startte in één keer (dat hadden we vorig jaar nog niet meegemaakt…) en we koersten flux naar het zandstrand waar Julian al zo lang op had gewacht. De jongens vermaakten zich opperbest met in zee plonzen en zandkastelen bouwen, terwijl Michel snel een boodschap deed in het kleine dorpje. De supermarkt was ieniemini, maar we wisten nog het een en ander voor het avondeten te bemachtigen. Achteraf was het handiger geweest als we in Brighton wat meer hadden ingeslagen, waar er een mega supermarkt vlakbij de haven lag. Maar ach, we redden ons wel.

Storm wordt opgeblazen!


Salcombe!


Pret op het strand
De volgende dag deden we nog een rustig dagje Salcombe. Het dorpje stelt weinig voor, maar is wel erg schattig. Verder is het een watersportparadijs, één en al boten. Michel gaat weer naar het strand met de jongens en ik blijf op de boot, even rustig aan, en wat poetsen en opruimen. Lekker. Als de heren terugkomen gaan we weer met het bijbootje op pad, douchen is de missie. Schoongedoucht zijn we op weg naar de steiger, als we pizza ruiken. Het is inmiddels tegen zessen, en we laten ons verleiden. Eigenlijk voor het eerst deze reis zitten we lekker op een terrasje!
We zijn niet de enigen...

Salcombe


Het manouvreren op een stromende rivier is zo makkelijk nog niet, blijkt wanneer onze buren van dag 1 – een boot met 6 homo’s van variërende leeftijden – ’s ochtends willen vertrekken. Totaal stuurloos belanden ze tegen het grote motorjacht dat voor ons ligt. Gelukkig was de eigenaar alert genoeg om er even een fender tussen te stekken. De volgende dag gebeurt het weer: onze nieuwe Belgische buren moeten even verkassen omdat wij weg willen. En dat gaat niet zonder slag of stoot. Ze raken met hun buitenboordmotortje, dat net als bij ons achterop de hekstoel bevestigd is, vol ons anker. Geen schade voor ons gelukkig, maar hun motortje lijkt aan gort.

Wij vertrekken voor een tochtje van een mijl of 20, naar een baaitje bij het plaatsje Cawsand, waar we voor anker gaan. Weer even een strandje, weer even een wandelingetje in het mooie, tegen de rotsen gebouwde dorpje met smalle straatjes, maar de jongens zijn niet in hun beste doen. Na het eten fleurt de boel een beetje op, en zijn we getuige van een lokaal zeilwedstrijdje. We moeten erg grinniken om een ‘opa en oma’ die samen meedoen en al vanaf de start niet mee lijken te komen. Ze doen het rustig aan. Tegen de avond zien we de Nederlandse boot Isabella aankomen, er wordt driftig naar ons gezwaaid. We herkennen ze: medevertrekkers!

Cawsand

Cawsand Bay

Tsuru voor anker in Cawsand Bay

Ready... Set... Go!


Inmiddels lonkt Falmouth, de springplank richting Spanje. Vriendin en opstapper Esther komt daar maandag aan om – als de weergoden ons goed gezind zijn – met ons mee te varen over de Golf van Biscaje. We besluiten nog één tussenstapje te maken, in Fowey. Wat wij tot een paar uur geleden uitspraken als Foowie, maar dat blijkt niet zoals de lokalen het uitspreken. Foy, moet het wezen.

We leggen aan aan een mooring boei en Jasper en Michel stappen in het bijbootje – waaraan we voortaan zullen refereren als ‘Storm’. Dat is het merk, en het staat er groot op. Jasper las het, en zei: “het bijbootje heet Storm.” En waarom ook niet. Julian en ik bakken muffins en vlak voordat ze klaar zijn hoor ik Storm terugkeren. Jasper hoor ik al opgetogen roepen dat ze nu nóg harder gaan dan op de heenweg. We doen nog een retourtje Fowey, opnieuw een allerschattigst plaatsje. We geven toe aan de al dagen durende smeekbede om windmolentjes als we een leuk winkeltje zien waar ze windmolentjes van een iets degelijker soort dan de plastic weggooitroep tegenkomen. De kinderen zijn als een kind zo blij.

De mooie ruige kust van Cornwall

Fowey

Fowey

Zo is het maar net 
Muffins uit eigen oven! (En ja, er zijn er al 4 op...)

Teruggekomen bij Tsuru ligt de buurboot wel erg dichtbij. Het is een motorboot en door het gebrek aan een kiel beweegt die anders dan een zeilboot. Dus als alle zeilboten naar links draaien omdat de stroming daar vandaan komt, kan zo’n motorboot zomaar naar rechts draaien omdat de wind daarvandaan komt. We zijn er niet gerust op en na overleg met de havenmeester verkassen we naar een steiger wat verder de rivier op. ’s Avonds zeggen we nog tegen elkaar dat het wel fijn is dat we hier zoveel rustiger liggen. Totdat Michel naar buiten gaat omdat hij een boot hoort aankomen. Ze komen veel te langzaam aanvaren, mikken veel te kort voor ons en vergeten voor het gemak de stroming even. Binnen hoor ik een ‘boem’, en even hoop ik dat ze de steiger flink geraakt hebben, maar nee, we zijn voor de tweede keer in twee dagen de klos, ze hebben ons aan de voorkant geraakt. Hun reddingsboei is achter ons net blijven haken. Gelukkig is het kapotte net de enige schade, maar ik heb ineens erg veel begrip voor mensen met een stalen boot.
 
Onderweg komen we veel Jan van Genten tegen (met dank aan Josine, die ons nitwits wist te vertellen welke vogel dit was)

Opnieuw een kaap aan de mooie kust van Cornwall

En wederom komen we in een zeilwedstrijd terecht, ditmaal met wat grotere boten.


En nu dus in Falmouth, waar we driftig de weerkaarten in de gaten houden. De havens liggen hier stampensvol, dus hoewel we graag weer eens aan een echte steiger hadden gelegen, liggen we weer aan een mooring. We houden het maar in de gaten. Voordeel is wel weer dat het een stukje goedkoper is, want de Britse havens slaan een flinke deuk in ons budget. 

zaterdag 23 juli 2016

Verse makreel

Er liggen 4 verse makrelen in onze koelkast. Zelf gevangen. Niet door ons, maar door de havenmeesters. Jasper en Julian moesten nog even uitrazen na een dagje op de boot. Na een gezamenlijk tripje met de bijboot naar Falmouth, waar we aan een mooring boei liggen, ging Michel dus alleen terug om eten te koken, terwijl ik de jongens nog wat liet rondrennen. We zagen, net als gisteravond in Fowey (wat je uitspreekt als Foy, zo is ons inmiddels geleerd), een geweldig schouwspel van springende visjes. De havenmeester vertelde ons dat deze visjes opgejaagd worden door makreel, en toen we goed keken zagen we er héél veel zwemmen. Morgen moesten we onze hengel maar meenemen.

Vliegende vissen in Fowey

Een kwartiertje later kwamen we terug, en waren meneer en mevrouw havenmeester aan het vissen. Ze haalden met een simpele worp zo 2 a 3 makrelen binnen. Zonder te overdrijven durf ik wel te zeggen dat het er binnen een kwartier zeker 20 a 30 waren. En dan te bedenken dat wij vandaag onze allereerste vispoging hadden gedaan op de boot. Onsuccesvol, dat hoef ik waarschijnlijk niet te vermelden. “That’s because they’re all here,” grapte de havenmeester nog.

Of wij er ook een paar wilden, voor bij de thee? Natuurlijk! (Hoewel, voor bij de thee…). En of ik er geen probleem mee had om ze zelf even van hun ingewanden te ontdoen? Ach nee hoor. Never done it before, maar eens moet de eerste keer zijn. En hup, daar gingen 4 nog levende makrelen in een plastic tasje. Oh dear. Ik had werkelijk geen idee wat ik nu moest, dus ik hield het tasje maar gewoon stevig vast. Het zou nog wel een kwartiertje duren voordat Michel weer kwam met de dinghy. Oh, whoeps, daar hadden ze zich alweer een weg naar buiten gewerkt. Het waren nu vier makrelen op de grond. Jasper vond het wel cool en hielp maar al te graag met oprapen. Julian hield zich wijselijk stil.

Ook uit het tweede plastic tasje worstelden ze zich weer naar buiten. Jasper kwam met het lumineuze idee om hun kieuwen dicht te drukken zodat ze geen lucht meer krijgen. (Zie je wel dat die leervraag op school “waarom hebben vissen kieuwen?” nog eens van pas zou komen?). Het werkte. Eindelijk dood.

Michel kwam ons ophalen, de vispasta stond klaar. Met tonijn uit blik en gerookte zalm uit de supermarkt. Vanavond kijken we maar eens een youtube-filmpje om te zien hoe je makreel fileert. Iemand nog een lekker recept?

vrijdag 15 juli 2016

In Engeland!

Vier dagen na vertrek zijn we in Engeland aangekomen! Na een aantal rustige dagen in Breskens hebben we er een paar bijzondere tochten op zitten. De plannen veranderen regelmatig. Op woensdag varen we van Breskens naar Duinkerken - de jongens ietwat teleurgesteld dat we België niet aandeden. Omdat de weersvoorspellingen wat weerbarstig zijn, houden we tot op het laatste moment een slag om de arm, en hebben we een veelheid aan potentiële bestemmingen uitgewerkt. Dat kan aan de Belgische kust zijn, of de Franse, of zelfs de Engelse.

België zoeven we dus voorbij en lang lijkt het erop dat we in één keer naar Engeland zouden gaan. Het is lekker zeilen, hoewel soms wat hobbelig. Maar net voor de haven van Duinkerken komt er een onheilspellende bui naderbij, en besluiten we de haven aan te lopen. Niet veel later komt er inderdaad aardig wat geweld over, dus we zijn blij dat we veilig en wel aan de steiger liggen. Duinkerken was overigens de enige plaats in Michels lijstje waar ik eigenlijk écht niet naartoe wilde. Vorig jaar lagen we hier een aantal dagen verwaaid, en ik vond het zo'n troosteloze haven en stad. Maar goed, nu is het gelukkig slechts voor korte duur.


De volgende morgen vertrekken we even na achten weer, om nu wél richting Engeland te gaan, mits de wind een beetje meewerkt. De zee verwelkomt ons met rustige golven en een goede wind, we kunnen het grootste deel van de tocht zeilen. Een groot verschil met onze tocht van vorig jaar, toen we, met windkracht 6 tegen, over torenhoge golven stuiterden. Echt genieten dit! Tot halverwege de kanaaloversteek blijft de motor uit, maar dan valt de wind toch te veel weg. Na een tijdje neemt de wind weer toe, en zeilen we weer. Last minute besluiten we dat we ook best richting Brighton kunnen gaan, zodat we alvast weer een stapje verder zijn. Dat valt echter tegen: de wind draait meer naar het westen en neemt weer toe, zodat we hem vrijwel tegen hebben. Beuken tegen de golven wordt het, en dat onder flinke helling. Dat levert spectaculaire plaatjes op, maar is weinig comfortabel.

Plan B wordt geschrapt, plan A hervat. We veranderen de koers weer richting Eastbourne. Daar worden we even na middernacht door een vriendelijke havenmeester door de sluis geloodst. Dat verbaast ons, we hadden verwacht dat de sluis op afstand bediend zou worden, of dat we moesten wachten tot de eerste schutting in de ochtend. Niets van dat al. Het is nog een heel spektakel, de deuren worden een stukje open gezet om al het water binnen te laten om het hoogteverschil van enkele meters te overbruggen. De havenmeester vraagt ons om hem nog even op te roepen via de marifoon als we veilig aangemeerd zijn. Heerlijk, die zorgzaamheid.

Duinkerken - uit!
Een heerlijke zee om op te zeilen. Op dat moment tenminste :)
Julian leert vast de essentials voor het leven op zee.
We hebben heel wat water verzet tijdens de laatste paar uren van deze tocht!

Een mooie, maar vermoeiende tocht! Dus vandaag nemen we even de tijd om bij te komen. We gaan even naar het strand, doen de was, poetsen het ergste zout van de boot en doen een boodschap. De dagen vliegen voorbij, terwijl we eigenlijk het idee hebben niets te doen. Morgen weer een etappe verder. Er komen nog een paar dagen met min of meer gunstige wind aan, zo lijkt het, dus we doen nu vooral ons best om zo snel mogelijk richting het westen te komen. 

Lekker poedelen in de zee!
De tracks op de kaart volgen overigens nog. We hebben hier wifi, maar slechts voor 2 devices, en de iPad trok aan het kortste eind...